Loopgroep de Mastbosrunners is ontstaan uit een hardloopcursus. Momenteel telt de groep 16 leden.
De trainingen vinden plaats in het mastbos en in de Haagse Beemden. De mastbos training start in principe elke zaterdag ochtend om 09:00 uur vanaf de parkeerplaats bij het restaurant "de Boschwachter" . De trainingen in de Haagse Beemden worden gehouden op maandagavond om 19:30 aan de Schapenweide / Rudonk (zie ook Locatie) .
De loopgroep biedt alle geďnteresseerden de mogelijkheid om mee te trainen. Het niveau is onbelangrijk. De trainingen worden zodanig aangepast dat elk niveau kan deelnemen. Voor meer informatie zie Trainingsprogramma's.
Meer informatie?
Sietse Keun.
Klarenberg 9
0765415820.
of
Over het algemeen worden er op de trainingen, technische trainingen gegeven en systeemtrainingen. Technische trainingen zijn de zgn. loopscholingsoefeningen. Dit zijn oefenvormen die tot doel hebben de loopbeweging economisch uit te voeren. Verder heeft de loopscholing ook nog een betere coördinatie van de loopbeweging tot gevolg en dit heeft weer een positief effect op het voorkomen van blessures. Een systeemtraining, of ook wel de kerntraining, heeft tot doel om de loper een zodanig grote prikkel te geven dat een van de energie leverende systemen wordt "uitgeput". Hierdoor vindt er een biologische reactie plaats op het "uitgeput" geraakte systeem. Het lichaam heeft de eigenschap het systeem sterker te repareren waardoor het een volgende prikkel beter kan opvangen.
Uitgangspunt is altijd een blessurevrije training, daarom wordt er altijd een warming-up en een cooling-down gegeven.
Drie trainingen zijn opbouwend, dus wordt het niveau hoger en vier trainingen is kwaliteitsverbeterend. Door de vierde training worden ook zaken getraind die bij minder frequent trainen niet worden geoefend. Mijn persoonlijke mening over hoeveel keer er per week getraind moet worden, verschilt nogal met die van anderen. Sommigen zijn namelijk van mening dat een (1) training geen training is. Ik vind dat ook 1 keer trainen per week een training is. Het traint mijns inziens een stuk motivatie. Uiteindelijk moet dat leiden tot meerdere keren trainen. 2 Keer per week trainen is onderhoudend. Het traint immers het instant houden van een basisconditie. Wanneer men door meerdere trainingen een hoger niveau bereikt, kan deze alleen door minimaal twee trainingen per week in stand worden gehouden.
Ambitie is mooi, maar ook gevaarlijk. Als er verkeerd wordt getraind ligt overtraining op de loer. Als je vaker wilt trainen is dit een heel goed initiatief maar doe dit in overleg met de trainer. Hij adviseert je wat je het beste kan doen en wanneer. Elke training staat in het teken van de vorige - en komende training. Training volgens schema's behoort tot de mogelijkheden. Als hier belangstelling voor is laat het dan weten (zie ook Trainingsprogramma's), maar realiseer je wel dat daarvoor ook enige discipline vereist is.
Veel loopplezier,
De trainingen worden op alle niveaus gegeven. Daarvoor heb ik een tweetal programma’s die moeten aansluiten aan het niveau van de loper(ster).
Beginners niveau.
Dit is een 13 weken durend programma. Na afloop ben je in staat om een half uur achter elkaar hard te lopen. Dit programma is prima geschikt voor de beginnende - en voor de herstellende loper(ster). Afhankelijk van de vorderingen kan het programma worden ingekort. Maar ook een uitbreiding als het even wat minder gaat behoort uiteraard tot de mogelijkheden.
Gevorderd niveau.
Dit niveau gaat er vanuit dat de loper(ster) al een half uur achter elkaar kan lopen. De doestellingen worden aan het begin van het programma samen met de loper(ster) vastgesteld.
Voor beide programma’s wordt het zgn. Stress monitoring systeem gebruikt. Hierbij wordt van de deelnemers verwacht dat ze na elke training het resultaat van de training documenteren en eens in de week aan de trainer terug melden. Zo kan de trainer in een vroeg stadium vormen van overtraining traceren en de schema’s die bij de programma’s horen aanpassen.
In voorbereiding is een programma waarin de motorische basiseigenschappen de kern vormt.
In een dergelijk programman komt elke motorische basiseigenschap voor in een periode van de planning, hoe verder in het programma hoe vaker ook deze eigenschappen worden getraind. Aan het einde van het programma is de loper eveneens in staat om de doelstellingen die aan het begin met hem / haar zijn afgesproken te realiseren in een wedstrijd.